Van weerstand naar flexibiliteit

Ze wil niet naar het strand. “Ga maar alleen” zegt ze, “ik blijft wel thuis”. Even verrast het me. Ze vindt het strand hartstikke leuk. Ik plan zulke dingen ook voor haar en had eigenlijk een enthousiast antwoord verwacht. Ergens van binnen klinkt er een bekend stemmetje. De stem van de autoriteit. Doe niet zo moeilijk, denk ik. We gaan! Of ze het nu leuk vindt of niet.

Maar deze strategie wil ik niet volgen. Ik wil graag met haar samenwerken en dat betekent dat er nu iets anders nodig is. Ik leef me in in haar beleving. Zit je lekker te spelen en wil je moeder ineens naar het strand. Het spel is concreet en in het nu. Het strand is abstract en ze moet nog maar ervaren of dat leuk is.

Ik benoem dit gevoel en sluit zo bij haar aan. “Je hebt geen zin om weg te gaan en blijft liever thuis bij je speelgoed, zeker?” Ze beaamd dit. En dan neem ik haar mee naar mijn beleving door het geven van informatie en haar wat te prikkelen met mijn enthousiasme. Ik snap het wel, jij weet nog niet hoe leuk je het gaat hebben op het strand. Er zijn daar vriendinnetjes om mee te spelen, zand, water, we nemen Lola (een groot opblaasbaar schildpad) mee en eten een ijsje. Ik heb er echt zin in om te gaan.”

“Nemen we echt Lola mee?” Vroeg ze. “Zeker weten, die heeft zin om te zwemmen.” zei ik en we vertrokken voor een heerlijke dag op het strand.